WEST HIGHLAND
WHITE TERRIER
ADEMBENEMEND
MOOIE CLOWN
Hij ziet eruit als een klein schoothondje, maar dat is hij absoluut niet! Bruisend van energie, altijd bereid een spelletje te spelen en redelijk trouw aan zijn baas. De West Higland terrier, of kortweg de westie! De rasstandaard beschrijft hem als klein, levendig, moedig, gehard, zeer zelfbewust en eruitziend als een jager op ongedierde. Daarnaast is hij vrolijk, kwiek, vol zelfvertrouwen en zeer vriendelijk.
NOESTE WERKER
Zoals zijn naam al laat vermoeden, is deze kleine terrier afkomstig uit het westen van de Schotse hooglanden. Hij stamt af van de cairn terrier, een kleine vurige terrier die zijn mannetje stond tijdens de jachtpartijen en het onherbergzame gebied. De kleine Schotse terrier werd gebruikt voor de jacht op otter, das, konijn, vos en zelfs op wilde katten. Hij was klein en wendbaar dat hij zijn prooi kon volgen tot in de kleinste rotsspleten, onder boomwortels en in de pijpen. Deze kleine terriers gingen in meute op jacht. Vaak blonken ze uit in moed en doorzettingsvermogen. Ze weken nooit voor een prooi, al moesten ze dat met hun leven bekopen. Dat deze honden reeds lang voor de negentiende eeuw bestonden, weten we door overleveringen van Oliver Goldsmith, die in 1774 deze kleine hond met ruwe vacht beschreef.
Hij werd gebruikt voor de jacht op vos en das en had als taak het wild uit zijn burcht te drijven. Als dit niet lukte, begon hij te blaffen zodat de jager het dier kon uitgraven. Het hondengeblaf stelde hem immers in staat de exacte lekatie van wild en hond te bepalen. Als onze moderne westies dus blafferig overkomen, kan je het hen moeilijk kwalijk nemen. Het was een van hun belangrijkste taken toen ze nog dienst deden als jachthonden. Het eigenlijke ontstaan van de West Highland white terrier is puur toeval. De West Highland white terrier dankt zijn bestaan aan kolonel E.D. Malcolm of Poltalloch uit Argyllshire in West Schotland. Hij begon op het einde van de achttiende eeuw met het fokken van uitsluitend witte terriers. Hij fokte ze om hem bij te staan tijdens de jacht. Hij streefde ernaar een kleine, hardwerkende, lichtgekleurde terrier te fokken die ook uitblonk in beweeglijkheid en uithoudingsvermogen. Intelligentie en leergierigheid waren de basisvoorwaarden. Hij moest zich zonder problemen kunnen aanpassen aan de wisselende leefomstandigheden in de Highlands en hij moest zeer zelfbewust kunnen werken. Wat Malcolm niet kon weten, is dat deze kleine harde werker zou uitgroeien tot een pittige, levendige, kleine gezelschapshond die door zijn aantrekkelijke uiterlijk en zijn aanhankelijkheid al snel geliefd zou worden bij jong en oud.
PIJNLIJKE VERGISSING
Hoe kwam Malcolm erbij om enkel witte terriers te fokken? Lange tijd werden de witte exemplaren in de terriernesten immers beschouwd als 'genetisch onzuiver' en 'ongeschikt voor de jacht'. Ze wilden enkel bruine terriers. Maar tijdens een jachtpartij schoot Malcolm per ongeluk zijn geliefde bruine terrier dood. Hij hoorde geritsel in het kreupelhout en dacht een vos te zien. Jammer genoeg was het de kleine terrier die aan het werk was. Verscheurd door verdriet zwoer Malcolm dat hem dit nooit meer zou overkomen. Hij zou nooit nog een hond voor een vos aanzien. Maar hoe dit realiseren met bruine terriers die toen enorm populair waren? Malcolm wilde een hond met dezelfde jachteigenschappen als zijn geliefde terriers, alleen, mocht hij niet bruin zijn. Al snel zag hij zijn heil in de witte exemplaren die door zijn collega's fokkers en jagers als 'ongewenst' en nutteloos beschouwd werden.
De meest gekende terriers in die tijd waren de cairn terriers. Toevallig hadden de witte terriers van Malcolm uit Argyllshire uiterlijk veel gelijkenissen met de cairns, vandaar dat ze aanvankelijk ook vaak 'witte cairn terriers' genoemd werden. De bewering dat westies afstammen van witte cairns, of dat westies vroeger witte cairns waren, is volledig fout. Er bestond vroeger een Schotse werkende terrier die de voorvader is van zowel de cairn, de skye terrier, de Schotse terrier en de westie.
Kleine witte werkende terriers zijn in de literatuur al in de zeventiende eeuw te vinden. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren de bekendste witte werkende terriers de zogenaamde Roseneath terriers die vooral te vinden waren in de foklijnen van hertog van Argyll. Soms werden ze ook white skye terrier genoemd, maar waarschijnlijk is dat gewoon een vergissing van enkele niet hondenkenners.
Op het einde van de negentiende eeuw werd er hoe langer hoe meer bewust gefokt met de witte Schotse werkende terriers. Door het zuivere fokbeleid van kolonel Malcolm waren zijn witte terriers het populairst.De kleine witte werkende terriers van Malcolm droegen al snel de naam van zijn landgoed en werden dan ook Poltalloch terriers. Zonder twijfel legden zij de grondslag voor de moderne West Highland white terrier. De witte terriers van kolonel Malcolm of Poltalloch werden aanvankelijk immers witte Schotse terriers genoemd, later ook Roeneath terriers of zelfs Poltalloch terriers. Kolonel Malcolm zelf besloot echter 'zijn ' witte terriers West Highland white terriers te noemen. Wat later zonder problemen door de kynologische wereld werd overgenomen. Door de wirwar van benamingen is het niet steeds duidelijk welke honden nu echt afstammen van de eerste honden van kolonel Malcolm of Poltalloch en welke niet. Echt belangrijk is dit ook niet, aangezien met de komst van de moderne kynologie (die in Groot -Brittannie haar intrede deed op het einde van de negentiende eeuw) de witte terriers op vraag van Malcolm West Highland white terriers werden genoemd. Een naam die ze tot op de dag van vandaag dragen.
MEEDOGENLOZE JAGERS
De witte hondjes van Malcolm werden niet ontzien tijdens de jachtpartijen. Er werden aan hen dezelfde hoge eisen gesteld als aan alle andere Schotse werkende terriers. De kleine witte terrier moest taai en robuust zijn. Het werk in de ruige Schotse hooglanden was immers niet min. De weeromstandigheden waren zeer wisselend en wind en regen konden voor zeer guur weer zorgen. De terriers moesten ook opgewassen zijn tegen vossen, dassen en ander ongedierte. Ze mochten voor niets terugdeinzen en moesten uitblinken in moed en vechtlust. Ze moesten zelfstandig kunnen werken en zeer ondernemend zijn. Hun gedrevenheid en moed mocht zich echter nooit tegen andere honden keren. Enkel op hun prooi werd felheid en alertheid verwacht. In groep leefden de terriers een redelijk 'sociaal' leven zonder vechtpartijen. Naast hun werk tijdens de jachtpartijen werden ze ook ingezet om ratten, muizen en ander ongedierte in en om het huis te vangen. Ze waren daarnaast speelkameraad voor de kinderen en gezelschap voor dames. Het leven in de Schotse hooglanden was zeker niet rijkelijk te noemen. De kleine terriers moesten zich dus zonder enig probleem aanpassen aan de wisselende omstandigheden. Ze waren daardoor redelijk robuust en niet al te veeleisend. Hun onafhankelijkheid en hun zelfstandigheid zorgden ervoor dat ze te allen tijde konden overleven.
RECYCLAGE TOT GEZELSCHAPSHOND
Met de opkomst van de kynologie en de honden tentoonstellingen in het negentiende-eeuwse Groot-Brittannie veranderden ook de bestaansredenen van de West Highland white terrier. Het kleine witte hondje was al snel geliefd bij de nieuwe kynologen en ze gingen de hondjes steeds meer selecteren op uiterlijke kenmerken en veel minder op jachtkwaliteiten. Er ontstonden twee types honden. De kleine robuuste werkende witte terrier en de elegante, verfijnde kleine witte show-terrier. Niettegenstaande de enorme populariteit die de westie kende, duurde het toch nog tot in 1905 voordat de Britse Kennel Club het ras officieel erkende. Opvallend is dat de erkenning van de cairn pas enkele jaren later zou gebeuren. De kleine witte terrier had immers veel sneller de harten van de moderne kynologen gestolen en hij was ook al enkele decennia lang redelijk zuiver gefokt. De oorspronkelijke westies waren stoere werkhonden, maar langzaamaan verdween het werkaspect en groeide de kleine witte terrier uit tot de westie die we vandaag de dag kennen. Ook het werktype verdween stilaan. Door de vooruitgang van de techniek was de kleine westie immers niet meer echt nodig als werkhond. We kunnen gerust stellen dat de werkende westies voorgoed tot het verleden behoren. Wat niet wil zeggen dat ze niet meer in staat zouden zijn hun werk naar behoren uit te voeren. Ze worden gewoon niet meer gewenst als jachthond. De fokkerij van westies werd erg gehinderd door de twee wereldoorlogen. Enkele hartstochtelijke westiefans gingen gelukkig tot het uiterste om hun geliefkoosde ras van de ondergang te redden. Een dame die we zeker moeten vermelden, is zonder twijfel May Pacey, die met haar Wolvey westies de grondslag legde voor bijna alle moderne West Highland white terriers.
GEZOCHT: GOEIE TRIMMER (M/V)
Westies behoren tot de kortbenige terriers, wat wil zeggen dat ze redelijk laag bij de grond hangen. Hierdoor vraagt de vacht wel de nodige verzorging. Toch staan ze nog iets hoger op de poten dan hun zwarte neef, De Schotse terrier. Het lichaam is meer vierkant en ze hebben een typisch rond hoofdje. Het hoofd van de Schotse terrier is langer, en zijn iets zwaarder en ze staan dus korter op de pootjes, In vergelijking met de cairn terrier, die andere Schotse terrier met dezelfde voorouders, zijn westies lichter en hebben ze een langer lijf. De vacht van een cairn wordt ook veel minder geplukt. We kunnen eigenlijk zeggen dat de cairn de 'boerenvariant' van de Schotse terriers is gebleven. Hij is minder afgewerkt, ruwer, stoeder en zijn uiterlijk werd niet verfijnd door de moderne kynologie. Hij is, op uiterlijk vlak, nog veel meer de rustieke variant van de Schotse werkende terrier.
Het onderhoud van een West Highland white terrier is redelijk intensief. Wie niet bereid is minstens vier keer per jaar een goede trimmer te betalen om zijn westie te trimmen, of niet bereid is het intensieve werk zelf te leren, neemt er beter geen in huis. Het is echt het ras teniet doen als de vacht niet goed onderhouden wordt. De witte vacht bestaat uit een wollige ondervacht die bedekt wordt met een ruwere bovenvacht. Het trimwerk bij een westie neemt enkele uren in beslag en goede, ervaren trimmers zijn vrij schaars. Best vraag je aan je fokker waar je jouw westie het best laat trimmen. Vaak zal hij je aanraden het zelf te leren. Het wekelijkse onderhoud vraagt veel kam- en borstel werk, maar zorgt er ook voor dat je witte rakker er na een trimbeurt piekfijn uitziet. Nog een voordeel van een goed onderhouden West Highland white terrier is dat hij zogoed als geen haar verliest.
Wie zijn westie echter laat scheren, loopt het risico dat de vacht wel gaat uitvallen en dan heb je in huis redelijk wat overlast van de witte donzige haren. Het ruwe van de vacht blijft immers enkel en alleen als ze op de juiste wijze getrimd wordt. De vacht van de westie is ook zelfreinigend. Hoe vuil een westie ook kan zijn, zodra hij opgedroogd is, valt het vuil vanzelf uit de vacht.
COMPACTE DEUGNIET
Na de officiele erkenning in England begon de westie aan zijn opmars door West-Europa. Na de Tweede Wereldoorlog vielen ook de lage landen voor zijn charmes. Zijn aantrekkelijke uiterlijk en zijn karakter bezorgden hem een vaste plaats in de top der populairste rassen. Die populariteit heeft de westie niet enkel te danken aan zijn schrandere karakter, maar natuurlijk ook aan zijn uiterlijk. Hij is zeer compact, mar toch levendig. Zijn witte vacht, zijn ronde hoofdje met drie zwarte stippen en zijn pittige uitdrukking doen veel harten smelten. De staartjes zijn van nature kort en de kleine oren staan mooi omhoog. Als je hem nauwkeurig bekijkt, zie je een kleine, rustieke en moedige terrier die een enorme dosis zelfrespect heeft. maar ook een ongelooflijke ondeugendheid uitstraalt. Zijn lichaamsbouw is compact en zeer stevig. Hij heeft een korte rechte rug met een hoog aangezette staart. Opvallend is zonder twijfel de forse achterhand, die het bewijs levert dat deze hond krachtig is en hele dagen in de weer kan zijn. Als je moderne westies observeert, mag je immers nooit hun oorspronkelijke taak, wild opzoeken tussen de rotsen en het ruwe hooggebergte, vergeten. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, liggen de schouderbladen van een goede westie schuin naar achteren, dicht tegen de borstkas. Hierdoor ontstaat een mooie halslijn die net lang genoeg is om het fiere hoofdje boven het lichaam te laten uitkomen. Zonder twijfel is de kop een van de belangrijkste kenmerken van een goede westie. Niet alleen zorgt de kop voor het duidelijke verschil met de andere terriers, de typische kop is als het ware de kers op de taart bij de uitstraling van een westie. De schalkse deugniet uitdrukking wordt veroorzaakt door het expressieve van de levendige ogen met daarboven de zo typische dikke wenkbrauwen. De schedel is breed en redelijk bolvormig. Daarboven prijken de kleine rechtopstaande, puntig oortjes. De volledige uitdrukking wordt nog geaccentueerd door de uitgesproken stop en de korte krachtige snuit. De neus is redelijk breed en zorgt voor het derde zwarte puntje in het witte hoofdje.
SOCIALE FAMILIEHOND
Hij mag er dan wel uitzien als een knuffel beer, de westie is en blijft een echte terrier. Hij is zeer zelfbewust en deinst voor niets of niemand terug. Hoe groot de tegenstander ook is, een westie zal zijn mannetje staan. Een westie kan zeer hooghartig uit de hoek komen. Dit in combinatie met een zeer zelfverzekerde tred zorgt ervoor dat het meteen duidelijk is dat je hier niet met een schoothondje, maar met een kleine ondernemer te doen hebt. Hij is redelijk extravert en kent zogoed als geen complexen. En zeker geen valse schaamte. Dat wil echter niet zeggen dat hij agressief is. Een westie zal nooit als eerste aanvallen, maar hij zal zich zeker niet laten doen. Door zijn schofthoogte van achtentwintig centemeter is het ook een ideale hond om mee te nemen, niet groot , en ook niet te klein. Hij kan mee op reis, in de auto, op hotel enzovoort. En dat is wat de westie werkelijk wil, zoveel mogelijk bij zijn familie zijn. Hij is immers zeer zachtaardig en hij zal nooit een gelegenheid tot vleierij laten voorbijgaan. Als hij wil, speelt hij al zijn charmes uit om toch maar gedaan te krijgen wat hij zelf toch zo leuk vindt, een gezinslid zijn. Een westie is geen hond om hele dagen alleen te laten, hij heeft immers zeer veel behoefte aan menselijk contact. Hij hunkert naar liefde en affectie, maar is eerder afstandelijk tegenover vreemden. Hij houdt er wel van in het middelpunt van de belangstelling te staan. Op het gebied van beweging is hij niet veeleisend, maar toch heeft hij zijn dagelijkse wandelingen nodig. Hij kan eventueel op een flat worden gehouden, maar dan moet je er wel voor zorgen dat hij enkele keren per dag zijn pootjes kan strekken en een blokje om is dan echt te weinig.
Een West Highland white terrier is immers zeer compact van formaat, maar verder is het een echte 'grote' hond. Zelf verkiest hij lange wandelingen of uren ravotten in de tuin. Daarnaast zoekt hij zijn plekje in huis op om te genieten van zijn familie? Want, niettegenstaande een westie rustig is in huis (op voorwaarde dat hij voldoende lichaamsbeweging krijgt) zorgt hij er toch steeds voor niet 'vergeten' te worden. Hij zal je duidelijk maken dat hij erbij hoort en niet over het hoofd gezien kan worden. Andere dieren vormen geen probleem. Waarschijnlijk is de westie zelfs een van de sociaalste tussen de terriers. Ze leven zonder problemen in groep en hebben geen probleem met kinderen, andere dieren of wat dan ook.Voorwaarde is wel dat ze op jonge leeftijd kennismaken met de andere 'wezens' uit hun leefomgeving. Enkel met vreemde reuen is het beter waakzaam te zijn. Het spreekwoord zegt immers 'voorkomen is beter dan genezen' en dat geldt zeker voor wetiereuen.
OPGEPAST
Toekomstige eigenaars moeten er wel rekening mee houden dat de witte rakkers heel erg blafferig zijn. Westies blaffen bij het minste. Zelfs een leuk televisieprogramma kan tot het nodige geblaf leiden. Als je in een buurt woont waar de buren nogal gevoelige oren hebben. Kan je misschien beter opteren om geen westie in huis te nemen. Het geblaf is iets wat hen van nature meegegeven werd en wat zogoed als niet afgeleerd kan worden. Een westie is een redelijk gezonde hond. Hij haalt, op voorwaarde van een gezonde voeding, gemakkelijk de leeftijd van dertien tot vijftien jaar. Hij kan heel aanhankelijk zijn tegenover zijn familie, maar hij is over het algemeen toch ook wel een allemansvriend. Zijn vrolijkheid en speelsheid houdt hij tot op zeer late leeftijd. Het is echt geen uitzondering om westies van twaalf jaar nog te zien ravotten als jonge pups! Liefhebbers van het ras noemen westies weleens 'het beste antidepressivum op de markt', zelfs verkrijgbaar zonder voorschrift. Doordat ze altijd goed geluimd zijn, steeds in voor een spelletje en een zesde zintuig hebben voor een mindere dag van hun baas, kunnen ze iedereen opbeuren. Met hun clowneske streken en hun ondeugende schrandere uitdrukking, zijn vele zorgen snel vergeten. Een West Highland white Terrier is immers altijd in de weer. Zijn opgewektheid en zijn drang naar aandacht zorgen ervoor dat hij niet snel vergeten wordt. Westies zijn robuust, sportief en taai en vaak zijn het ook uitstekende zwemmers. Een zekere kapitein McKie, die als een echte westiefan door het leven ging, zei ooit over zijn favoriete ras: 'Voor hem is geen water te koud en geen kloof te diep.' Wat natuurlijk het kerakter van de West Highland white Terrier goed omschrijft. Hij houdt van beweging, sport en spel, maar is ook heel gelukkig als hij zijn plaatsje op zijn zetel kan innemen, dicht bij zijn baasje en bij zijn gezin.
OPLETTEN VOOR MALAFIDE FOKKERS
Als je overweegt een West Highland white terrier in huis te halen, kan je best contact nemen met de rasvereniging. Door de enorme populariteit van het ras zijn er immers heel wat malafide fokkers die ongecontroleerd fokken en eigenlijk aan massaproductie doen. Onnodig te zeggen dat deze West Highland white terriers (meestal zonder stamboom) vaak niet voldoen aan het uiterlijk of aan het karakter van de echte westie. Vaak koop je voor relatief weinig geld een wit hondje dat op een terrier lijkt. Deze fokkers letten ook niet op erfelijke afwijkingen en doen zogoed als geen controle op ziektes. Fokkers die bij de rasvereniging zijn aangesloten, hebben zich als doel gesteld westies te fokken die zo goed mogelijk aan de raatandaard en aan de karakterbeschrijving van de westies voldoen en enkel langs deze weg ben je dus redelijk zeker een 'echte' West Highland white terrier te kopen.
Onnodig te zeggen dat er wel een duur prijskaartje aan vasthangt. Voor dit geld koop je echter een gezond gefokte westie die met een beetje geluk mer dan vijftien jaar plezier oplevert. Bij de opvoeding van de westie mag je nooit vergeten dat hij redelijk eigenwijs kan zijn. Zijn koppige terrierkarakter steekt snel de kop op en hij voelt zich het best als hij zijn zin mag doen, maar wel in de buurt van zijn baas. Met een consequente opvoeding en het nodige doorzettings vermogen kan je een westie toch redelijk gehoorzaam maken,maar men mag nooit denken dat het werk 'af' is. Ook een welopgevoede westie kan plots zijn kop uitwerken en alle 'gehoorzaamheid' verliezen. Maar op dat moment krijg je weer dat witte ondeugende kopje met drie zwarte stippen te zien en ben je weer verloren. Een westie nestelt zich immers helemaal in je hart.
Overgenoemen uit de Woef Nr. 497
Tekst: Leen VanGenechten