K.B OVER DE ERKENNINGSVOORWAARDEN

VOOR INRICHTINGEN VOOR DIEREN EN DE VOORWAARDEN
INZAKE DE VERHANDELING VAN DIEREN
 Het Koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren treedt in werking op 1 oktober2007. Dit besluit actualiseert de erkenningsvoorwaarden voor honden- en kattenkwekerijen, handelszaken voor dieren, dierenasielen en dierenpensions.
Sinds 17 februari 1997 moeten deze inrichtingen erkend zijn om hun activiteiten te mogen uitoefenen. Een erkenning is ook vereist voor de dierenhandelaars die op markten en kermissen staan.
Het koninklijk besluit ter vervanging van het koninklijk besluit van 1997 beoogt een verbetering van het dierenwelzijn onder meer door een responsabilisering van kopers en verkopers en ook door de wetgeving makkelijker toepasbaar en controleerbaar te maken. Het nieuwe besluit is ook een belangrijke maatregel in het actieplan ter preventie van hondenbeten.
 
- handelaars en asielhouders moeten een vragenlijst doorlopen met de kandidaat koper opdat de kandidaat koper/adoptiekandidaat kan beslissen of hij wel degelijk een hond wil en welke hond dan het best bij hem past.
- asielen moeten voor elke hond gegevens bijhouden over vroeger gedrag en gedragswaarnemingen tijdens het verblijf in het asiel. Al deze informatie moet worden meegedeeldaan de adoptiekandidaat die samen met de verantwoordelijke van het asiel, aan de hand van een reeks pertinente vragen, zal nagaan welk type van hond het best bij hem past.
- alle inrichtingen (handelszaken, die renasielen, kwekerijen en pensions) worden verplicht om een contract af te sluiten met een erkend dierenarts, waarvan de frequentie van de verplichte bezoeken vastligt. Deze dierenarts is belast met het controleren van het welzijn en de gezondheidstoestand van de dieren en met de noodzakelijke vaccinaties.
- in de honden- en kattenkwekerijen moet, vanaf 10 vrouwelijke fokdieren, overdag een minimale aanwezigheid van personeel verzekerd zijn voor de verzorging van de honden en katten om zo de socialisering te bevorderen.
de registers van aankomst en vertrek van de dieren, die reeds verplicht waren, worden uniform vastgelegd om de controle te vergemakkelijken.
- het model van waarborgcertificaat, dat reeds verplicht was voor honden en katten, wordt vastgelegd en het toepassingsveld ervan wordt verruimd tot enkele aangeboren afwijkingen.
- bijzondere bepalingen worden voorzien voor hetr houden van reptielen en fretten.
- de dierenhandelaar moet aan de koper relevante gegevens verstrekken over de voorwaarden voor het houden van de dieren die hij verkoopt, voor honden zijn schriftelijke richtlijnen in verband met de opvoeding vereist.
In advertenties voor verkoop van honden moeten de niet-erkende personen het identificatienummer van het moederdier of van de pup vermelden, zodat zwartkwekerijen beter kunnen worden opgespoord.
Het ontwerp van koninklijk besluit treedt in werking in twee stappen. De hoofdstukken die de erkenningprocedure en de voorwaarden  van het verhandelen beschrijven treden in werking op 1 oktober 2007. De hoofdstukken die de voorwaarden van erkenning zoals de huisvesting en het houdende van nieuwe registers beschrijven treden in werking op 1 juli 2008. Dit om de verantwoordelijken van bestaande inrichtingen de tijd te laten zich aan deze nieuwe regels aan te passen.
Deze nieuwe maatregelen zouden tot meer transparantie in de handel van gezelschapsdieren, duidelijkere informatie en meer doordachte aankopen moeten leiden.
Het is duidelijk dat bijkomende maatregelen genomen zullen moeten worden om invulling te geven aan de recent goedgekeurde wet die de verkoop van honden en katten in winkels aan banden wil leggen vanaf 1 januari 2009.
Alle erkende honden- en kattenkwekerijen, handelszaken voor dieren, dierenasielenen dierenpensions zullen in juli of augustus een brief ontvangen met bijkomende uitleg over de nieuwe erkenningsprocedure.
 
EN DE PSYCHISCHE GEZONDHEID?
Ik kon wel vaststellen dat de nieuwe wet meer garanties biedt wat de fysieke gezondheid van de puppy betreft. Maar is de psychische gezondheid van de hond niet minstens even belangrijk? De nieuwe wet heeft onder meer als doel hondenbeten te voorkomen, maar ik heb onvoldoende de indruk dat toekomstige eigenaars en door hun aangekochte honden nu veel meer garantie hebben dat het samenleven tussen hond en mens vlotter zal verlopen.
Ik vind het spijtig dat de kans niet benut werd om eens de ideale situatie onder de loop te nemen en daar de wet op af te stemmen. Er zijn immers een aantal voorwaarden die cruciaal zijn bij het fokken of verhandelen van puppies.
* In de eerste plaats is het kweken van gezelschaps- en familiehonden alleen mogelijk als ook de ouderdieren als huishond worden gehouden. Hoe kan een fokker immers beoordelen of de puppies in aanmerking komen om als huishond gehouden te worden als de ouderdieren dat niet zijn?
Er is bijvoorbeeld geen enkele jager die het in zijn hoofd haalt om zich een puppy aan te schaffen als hij niet weet welkejachtcapaciteiten de ouders van de puppy hebben. Iemand die een hond koopt om mee naar de hondenshow te gaan koopt toch ook geen puppy uit ouders die nooit naar een hondenshow geweest zijn en waarvan je niet weet of ze geschik zijn om prijzen te halen op een show. Welke garantie krijgt iemand die een puppy koopt van ouderdieren die niet als huisdier gehouden worden, dat hun puppy wel over de juiste capaciteiten zal beschikken?
* Een ander belangrijk punt om de puppy voor te bereiden op een leven als huishond is hel de kans geven om zijn hersenen en zenuwstelsel optimaal te ontwikkelen. Dat kan alleen als een puppy vanaf zijn drie weken ouderdom de kans gekregen heeft om nieuwe dingen te ontdekken in zijn omgeving. Een puppy moet geregeld geconfronteerd worden met nieuwe geuren, nieuwe omgevingen, ondergronden, nieuwe geluiden, smaken, enz... Alleen wanneer een puppy van op jonge leeftijd de kans gekregen heeft om, op zijn eigen tempo, zijn nest te verlaten en stap voor stap de wereld te verkennen is hij gewapend als huishond in een familie te functioneren. Bij het fokken van een blindengeleidehond of een assistentiehond voor rolstoelgebruikers is iedereen ervan overtuigd dat puppies inderdaad niet zullen slagen in hun latere opdracht als niet alle stappen in het fokprogramma correct verlopen. Maar waarom moet dat dan niet voor een huis-,gezins- of faliliehond? 
Ik durf zelfs beweren dat het eisenpakket vor een huishond groter is dan voor andere honden. Deze honden moeten toelaten dat vreemden (zelfs kinderen) hun aanraken en hun misschien zelfs bevelen geven. Ze moeten meestal gedurende lange uren alleen kunnen zijn, leven bij bazen die geen gespecialiseerde opleiding gekregen hebben, enz.
* Een andere belangrijke voorwaarde voor het prettig samenleven tussen honden en mensen is dat de puppy op het juiste tijdstip verkocht wordt. Het is bewezen dat zeven tot acht weken ouderdom het ideale tijdstip is om een puppy te wennen aan zijn nieuwe familie. Een puppy die niet voor zijn negen weken verkocht werd en pas daarna naar een nieuw huisgezin ging zal daar, meestal de rest van zijn leven, de negatieve gevolgen van dragen. In de nieuwe wet vind ik daar spijtig genoeg geen enkele bepaling over terug. Puppies die te laat verkocht werden hebben moeite om zich te hechten aan hun nieuwe familie of vertonen verlatingsangst, zijn onzeker, ontwikkelen angstagressie op volwassen leeftijd, zijn minder geneigd te gehoorzamen, zijn vlugger uit hun lood geslagen enz.
 
ASIELHONDEN: VERBETERING 
Omtrent asielhonden en het verhandelen ervan brengt de nieuwe wet wel verbeteringen. Honden en hun nieuwe eigenaars hebben inderdaad meer kansen als de vroegere eigenaar informatie verschaft over de leefomstandigheden waaraan de hond gewend was en over het gedrag van de hond vooraleer deze in het asiel terecht kwam. Omdat personeel in asielen niet perse een opleiding gehad hebben in het beoordelen van hondengedrag - en omdat ze de hond niet kunnen observeren in een gezinssituatie - is het best de eigenaar daarover informatie te vragen vooraleer hem/haar toe te laten de hond in het asiel achter te laten.Wat mij echter frappeert bij het lezen van deze wet is dat ze weer geen garantie biedt dat diegene die een hond verkoopt ook een echte hondenliefhebber en vooral een kenner is.
Honden zijn voor sommige mensen een handelsproduct en honden fokken en verkopen kan, zelfs met deze wet, blijklbaar (nog altijd) zonder dat de persoon in kwestie ook maar iets van gedrag of de ontwikkeling van gedrag kent.
Mijn tip: Net zoals ik alleen maar een auto koop bij een specialist die weet waarover hij praat en niet bij en verkoper die zelf geen rijbewijs heeft, zou ik nooit een hond kopen als de verkoper geen specialist is. Alleen maar als je koopt bij een fokker die specialist is van zijn ras kan je van de verkoper verwachten dat je gerichte informatie krijgt. Zo een rasspecialist kan je ook begeleiden en je vertellen of je bij het opvoeden van je nieuwe aanwinst op 'koers' bent of niet.
Een hond aanschaffen is maar een onderdeel. Hem begeleiden zodat het een prettige huisgenoot en kameraad wordt is nog iets anders.
Overgenomen uit Woef magazine nr.523
 
De auteur van deze tekst is Dany Grosemans.
Hij is een internationaal erkende dierengedragstherapeut.
Hij biedt oplossingen voor probleemgedrag bij honden en katten.
Hij heeft een praktijk in Heusden-Zolder, maar bezoekt ook aan huis.
Voor meer inlichtingen kan u bellen op zijn rechtstreeks nummer
0475/97.10.11 of kunt u zijn homepage bezoeken: www.dierengedrag.be