HOND & WET
DE AANSPRAKELIJKHEID VOOR JE HOND BEGRENZEN?
Kan je je aansprakelijkheid voor je hond inkorten of zelfs volledig teniet doen? Dit is inderdaad mogelijk. Iedereen weet allicht dat de bewaker van een hond aansprakelijk wordt gesteld voor de schade welke deze hond berokkent. De aansprakelijkheid van de eigenaar of de bewaarder van een dier vereist het vervullen van drie voorwaarden, nl. de daad van een dier, de schade welke het dier veroorzaakt en een oorzakelijk verband tussen het dierlijk en de schade.
HOE AANSPRAKELIJKHEID VERMIJDEN?
Indien nu de bewaker zich van zijn aansprakelijkheid wenst te bevrijden, dan is het niet voldoende dat hij aantoont geen enkele fout te hebben begaan. De aansprakelijkheid voor dieren is een risicoaansprakelijkheid. Hetgeen inhoudt dat het geen absolute aansprakelijkheid is en er als dusdanig wel grenzen zijn aan de aansprakelijkheid voor dieren. Indien blijkt dat er geen oorzakelijk verband is tussen de daad van het dier en de schade die het heeft veroorzaakt, dan kan de bewaker van het dier niet aansprakelijk gesteld worden. De bewaker kan zijn aansprakelijkheid echter alleen ontlopen door te bewijzen dat de schade is ontstaan door een vreemde oorzaakt, bvb overmacht, de daad van een derde of de fout van het slachtoffer zelf.
FOUT VAN HET SLACHTOFFER:
MEDEOORZAAK VAN DE SCHADE
Wat betreft de fout van het slachtoffer zelf is het zo dat deze fout dikwijls de schade van het slachtoffer tot gevolg heeft. In theorie kan dit tot gevolg hebben dat de aansprakelijkheid van de bawaker volledig wegvalt, dat de aansprakelijkheid alleen wegvalt indien de eigen schuld van het slachtoffer groter is dan de schuld van de wederpartij of dat er een vermindering van de aansprakelijkheid is in verhouding tot de aan weerszijden gemaakte fouten.
FOUT VAN HET SLACHTOFFER:
ENIGE OORZAAK VAN DE SCHADE
De fout van het slachtoffer kan leiden, niet alleen tot een gedeelde aansprakelijkheid, maar ook tot een volledige bevrijdende werking voor de bewaker van het dier. Dit zal echter slechts het geval zijn wanneer de fout van het slachtoffer de enige oorzaak was van de schade of van het schadeverwekkende incident. In dit geval is er dan niet voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 1385 van het Burgerlijk Wetboek, nl. dat het dier geen causale rol heeft gespeeld in het tot stand komen van de schade.
Wordt de schade veroorzaakt door de daad van een dier en door een fout van het slachtoffer, dan dient de aansprakelijkheid tussen de bewaarder en het slachtoffer te worden verdeeld. Vermits zowel de fout van het slachtoffer als de daad van het dier tot de schade hebben bijgedragen moet zowel het slachtoffer als de bewaarder een deel der schade dragen.
Men kan zich hier de vraag stellen of de fout van het slachtoffer ook tot een volledige bevrijding van de bewaarder van het dier han leiden?
Ons hof van Cassatie heeft zich hieromtrent uitgesproken en besliste dat de bewaarder van het dier niet aansprakelijk is bij gebrek aan oorzakelijk verband, o.m. wanneer het dier niet abnormaal noch onvoorzienbaar handelt en de schade veroorzaakt wordt door een foutvan het slachtoffer, waardoor elke mogelijke fout van de eigenaar of bewaarder als oorzaak van de schade wordt uitgeschakeld.
Volgens het Hof leidt de fout van de benadeelde op zichzelf, naast de daad van het dier, tot een gedeelde aansprakelijkheid. Wanneer bovenop deze fout het dier zich normaal en zorgvuldig gedraagt, ontloopt de bewaarder zijn aansprakelijkheid. Deze rechtspraak lijkt bovendien ook door onze hoven van Beroep goed te worden onthaald.
Magazine Woef nr. 526 november 2007
Solange Tastenoye - Juriste
Advieslijn 0902/12014 (0,74 euro/min)