HOND & WEET
VERBORGEN GEBREKEN BIJ AANKOOP HOND:
REAGEER SNEL!
Er bereiken ons heel wat vragen omtrent problemen die zich stellen bij de aankoop van een hond. Vaak blijkt kort na de aankoop dat het dier is aangetast door een of andere medische aandoening en dit soms zelfs aanleiding geeft tot het overlijden van het hondje. Juridisch gezien kan er hiertegen opgekomen worden door gebruik te maken van de regels omtrent dwaling, bedrog, verborgen gebreken, koopvernietigende gebreken enz...
De boodschap is echter wel dat, indien je zinnens bent om een vordering voor de rechtbank in te leiden, dit niet te lang mag uitgesteld worden want je zou wel eens het deksel op de neus kunnen krijgen bij de rechter! Wij illustreren dit aan de hand van een praktijkgeval.
DE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN
Mieke koopt een puppy bij verkoper Bernard voor de prijs van 620 euro. Op 250 euro na wordt dit bedrag door Mieke betaald aan Bernard. Verkoper Bernard belooft haar dat hij de stamboomdocumenten later zal toesturen en dit wordt trouwens ook in de schriftelijke koopovereenkomst bepaald. Vrij kort na de levering van het hondje stelt Mieke vast dat het niet echt gezond is en stapt ze naar de dierenarts. Komt daar nog bij dat Mieke ondertussen nog steeds de stamboompapieren niet heeft gekregen. De dierenarts stelt effectief een paar medische aandoeningen vast en stelt ook vast dat het hondje afkomstig is van een Oostblokland en dus nooit over een stamboom van de St-Hubertus vereniging zou kunnen beschikken! Volgens de dierenarts was deze puppy dus zeker geen 620 euro waard en bovendien was het diertje niet volgens onze Belgische wetgeving geregistreed.
DE REACTIE VAN DE BEDROGEN KOPER
Een zevental maanden na de levering van de puppy stelt Mieke verkoper Bernard in gebreke. Zij eist een terugvordering van de kosten die zij gemaakt heeft aangaande haar puppy en zij wenst het resterende bedrag ook niet te betalen omdat (volgens haar dierenarts) deze puppy zeker geen 620 euro waard is, maare slechts een 370 euro. Bernard gaat hiet niet mee akkoord en nog een zestal maanden later stelt Mieke een vordering in bij de bevoegde vrederechter.
BESLISSING VAN DE VREDERECHTER
De vrederechter meent hier dat aangezien de feiten en omstandigheden deze zaak moet opgespitst worden in twee onderdelen, nl. enerzijds de problematiek aangaande destamboomdocumenten en anderzijds de verborgen gebreken waarmee het hondje behept is. De rechter stelt vast dat uit het dossier duidelijk blijkt dat Mieke een hondje had gekocht met een stamboom van de St-Hubertus vereniging. De geleverde hond kon echter aan deze voorwaarde niet voldoen en zou dus nooit over een dergelijke stamboom kunnen beschikken. Doch, de vrederechter oordeelt dat dit geen 'verborgengebrek' is, omdat het hier niet gaat om een gebrek van de zaak zelf (het hondje), maar wel om een eigenschap die niet aanwezig bleek te zijn. Dit wil zeggen dat er niet geleverd werd hetgeen door de partijen werd overeengekomen. Volgens de vrederechter is er hier dus eerder sprake van een 'gebrekkige levering' Er wordt hier dus een inbreuk gepleegd op artikel 1604 van ons Burgerlijk Westboek. Dit artikel stelt duidelijk dat de verkoper aan de koper een zaak moet leveren die met de overeenkomst in overeenstemming is. Mieke kon, volgens de rechter, ten tijde van de levering deze nonconformiteit niet naspeuren. Zij vertrouwde verkoper Bernard die haar beloofde de stamboom documenten op te sturen. De vrederechter geeft Mieke hier op dit punt gelijk: de verkoopprijs van de puppy wordt herleid tot 370 euro!
DE MEDISCHE KANT
Wat nu de medische aandoeningen betreft die er bij de puppy worden vastgesteld, hier liggen de zaken wel anders! Volgens de rechter was het wel duidelijk dat de ziektes waarmee het hondje behept was al aanwezig waren bij de levering en ze door Mieke niet konden vastgesteld worden. Er is hier dan ook volgens de rechter sprake van 'verborgen gebreken' .
Maar... onze wetgeving stelt dat een rechtsvordering op grond van deze verborgen gebreken, binnen de korst mogelijke termijn moet ingesteld worden. In het algemeen wordt aangenomen dat deze termijn begint, ofwel bij levering van de zaak, ofwel wanneer het gebrek vastgesteld wordt. Verder is het de rechtsvordering zelf die binnen een zo kort mogelijke termijn moet ingesteld worden: het louter protesteren binnen een korte termijn volstaat niet! In deze zaak stelt de rechter vast dat de rechtsvordering werd ingeleid, iets meer dan een jaar na het vaststellen van de gebreken. De rechter vindt dat een termijn van een jaar niet als een 'korte' termijn kan aanzien worden en bovendien had verkoper Bernard ook een waarborgtermijn van een jaar gegeven. Ook deze waarborgtermijn was verstreken! Op dit punt haalt Mieke dus ongelijk omwille van een laattijdige instelling van een rechtsvordering!
Magazine Woef nr.529 Februari 2008
Solange Tastenoye- Juriste
Asvieslijn 0902/12014 (0,74 euro/min)